‘De Dood hè, nummer 13?’

Tussen de campagne-activiteiten door ben ik voor mijn persoonlijke Plan B bij de Kamer van Koophandel. Natuurlijk gaat het over mijn achternaam en van daaruit naar de politiek. Op de kandidatenlijst valt De Dood wel op. De servicemedewerker van de KvK weet niet wat te stemmen. “Eigenlijk zie ik geen alternatief voor Wilders. Als homoseksueel kan ik in de stad niet meer hand in hand lopen. En dat kon vijf jaar geleden wel. Maar ik durf eigenlijk niet op hem te stemmen, want wat gaat er dan gebeuren?”

Het valt me op in de Peiling des Doods, mensen spreken makkelijk uit dat ze achter de standpunten van Wilders staan. Ze maken zich wel zorgen als hij de macht krijgt. “Misschien is het wel nodig om het verrotte systeem te veranderen”, zegt een mevrouw voordat zij de sportschool in gaat. “Net als in Amerika met Trump. Dan ontstaat er zo’n chaos en dan kan er daarna een nieuw systeem ontstaan, omdat de politiek dan echt ziet dat er contact met de burger moet blijven. Het idee van GeenPeil zou daar heel goed in passen. Misschien dat ik mijn stem toch niet ongeldig ga laten verklaren. Want dat was ik van plan, door twee hokjes te kleuren.”

Een keurige dame neemt de tijd voor een gesprek. Ze vindt dat er veel te weinig aan burgers wordt overgelaten. “Ik zal je een voorbeeld geven. Ik wilde een koffieochtend organiseren. Ik had alleen de sleutel nodig van een ruimte in de buurt die altijd leeg staat. Ik hoefde er ook niets voor te hebben, ik vond het gewoon leuk om te doen. Het heeft me een halfjaar gekost om het te mogen organiseren. Van het kastje naar de muur op het gemeentehuis. Het werd een succes, er waren iedere keer 35 oudere mensen. Toen ging de gemeente er zich ineens mee bemoeien. Ze wilden me op cursus sturen hoe om te gaan met mensen. Iemand kwam erbij en ging zich ermee bemoeien. Ik vond het niet meer leuk en ben gestopt en nu is het er niet meer.”

De dame vertelt dat ze Senior Purser bij de KLM was. “O, meneer De Dood, daar was het ook zo erg, al die specialisten op kantoor die nooit een meter gevlogen hadden, gingen ons vertellen wat beter moest. Ze hadden een keer een plan om mensen sneller te laten instappen. Gingen ze met kleurenstickers werken en die plakten ze over het stoelnummer. Daarom duurde het instappen nog langer en is de proef gestopt. Ik heb een brief gestuurd met simpele maatregelen. Ze moeten het stoelnummer veel groter printen, mensen moeten bij het instappen van het vliegtuig eerst hun jas uitdoen en die stapel met kranten moet je niet bij de ingang zetten. Nooit iets van gehoord, vast omdat ze het niet zelf verzonnen hadden.”

De mevrouw bevestigt het beeld, mensen uit de praktijk hebben de kennis. Vraag het ze dan ook! Ze zijn de ‘specialisten’ zat. “Dan mag ik weer geen sla eten en dan is melk weer ongezond. Volgens mij zijn er veel te veel onderzoekers. Ik weet best zelf wat goed voor me is, dat hoef ik niet van zogenaamde specialisten en politici te horen.”

Een schilder uit Katwijk bevestigt dit beeld. “Ik heb 40 jaar geschilderd. Op het laatst kon je best gek worden van al die regels over soorten verf en verplichte steigers. Tuurlijk is veiligheid van belang, maar zolang roken nog niet verboden is, moeten ze niet lullen over alle andere risico’s. In de crisis werd ik ontslagen en daarna startte het bedrijf door. Zonder het oude personeel, maar met Polen die het onder minimumloon deden. Ik snap dat ze in Polen beter worden van de EU, maar ons voordeel zie ik niet.”

Het referendum-gevoel is altijd een mooie opener. “Tuurlijk heb ik gestemd, dat doe ik altijd. Ik heb ‘Nee’ gestemd. Maar waarom eigenlijk? Daarna doen ze er toch niks mee. Want ze hebben er niets over te zeggen of het komt ze niet uit. Dus wat heeft het voor zin, die referenda?” Ik bevestig haar beeld. Ik geloof niet dat er ooit nog iemand zo gek is om zoveel energie te steken in een referendum waar toch niets mee gedaan gaat worden als de uitkomst genegeerd wordt door de meerderheid van de Tweede Kamer. Als ik vertel dat bij GeenPeil geen vervorming zit tussen wat onze leden willen en wat in de kamer wordt gestemd, snapt de mevrouw meteen dat dit kan gaan werken. “De Dood hè, nummer 13. Ik durf er bijna niet op te stemmen, maar ga het toch doen, denk ik.”

Stemkastje 13 Marcel de Dood is mee op campagne en peilt dagelijks de stemming in het land