Human interest! Ook dat is GeenPeil. Gewoon ouderwets een interview met de kandidaten. Vandaag, nog net voor de grote dag, de nummer 1 van de lijst: Jan Dijkgraaf (Rotterdam, 1962). De zelfbenoemde ‘ultieme normale man’ eet een broodje kaas met mosterd terwijl hij vertelt hoe hij de democratie wil redden en de politiek eerlijk wil maken.

 Hoe zag het gezinsleven van de kleine Jan eruit?

“Mijn opa en vader zaten altijd te discussiëren. Mijn opa was een echte communist en mijn vader speelde dat hij wat rechtsig was. Ondertussen was hij een echte PvdA’er, maar hij schepte er veel genoegen in om tegen een ander in te kunnen gaan. Later is hij trouwens wel echt wat ‘verrechtst’. Hij kon slecht tegen de drammerigheid van de Rode Vrouwen bij de PvdA, haha.”

En jij zat met rode oortjes te luisteren?

“Ik deed al jong volop mee. Het was bij ons een voortdurende strijd wie de ander plat kon lullen. Mijn moeder vond het vaak vervelend. Ze kan niet tegen ruzie en vond een pittige discussie al snel ‘ruzie’. Het kwam mij van pas, de vaardigheid die ik daar opdeed. Want ik was de kleinste was de klas, had schoenmaat 34 toen ik naar de middelbare school ging, dus ik moest het niet van mijn spierballen hebben.

Ik kon goed ouwehoeren. Argumenten waren toen niet het allerbelangrijkste, het ging om snelheid, het verrassingseffect en het ontregelen. In de eerste klas van de lagere school stond er op mijn rapport: ‘Jan is de kleinste en tevens de brutaalste van de klas.’ Mijn enige zusje is zes jaar jonger dan ik en totaal anders. Ik wilde carrière maken, zij wilde lol maken. Ze werkt in een winkel en op haar arm staat een tattoo met ‘enjoy’. Zou ik nooit doen.”

‘Mensen zeiden toen ik een tiener was weleens dat ik als 32-jarige ben geboren’

“Als ik terugkijk denk ik: ik was eigenlijk heel jong volwassen. Mensen zeiden toen ik een tiener was weleens dat ik als 32-jarige ben geboren, en dat ben ik eigenlijk altijd gebleven. Nu is dat gunstig. Ik was op mijn zestiende al politiek actief en op mijn achttiende heb ik met enkele anderen een eigen sportclub opgericht. Badminton, maar schrijf dat maar niet op, hahaha.

Dat vroeg volwassen zijn is iets dat ik herken in mijn jongste zoon Bob. Mijn oudste, Pim, lijkt meer op zijn moeder. Hij wil alles uitproberen. Hij doet naast zijn werk iets met hardcorefeesten en Bob leest twee, drie boeken per week. Ik vind het prima, als hij maar niet te zorgelijk wordt. Hij trekt zich net als ik het leed van anderen erg aan, ook al kunnen we er niets aan doen. Als ik vanmiddag het crematorium instap en ik ken er niemand, dan nog jank ik het hardst van iedereen. Je kunt zeggen dat empathie een mooie eigenschap is, maar je kunt er ook in doorslaan.”

Je bent een geboren Rotterdammer, maar woont in Eesterga. Dat is nogal een stap.

“Omdat mijn vrouw Thea en ik onze jongens een Kameleon-jeugd wilden geven met varen, vissen en voetballen, zijn we in Friesland gaan kijken. Mijn ouders kwamen er vroeger vaak en ik had daar goede herinneringen aan. Nog steeds heb ik er geen spijt van. Als ik naar huis rijd door de Noordoostpolder en ik zie het bord ‘Lemmer’, krijg ik al een vakantiegevoel.”

‘Het maakt de mensen in het dorp geen fuck uit of je boer bent op kamerlid’

“Mijn boeken tik op mijn veranda, met uitzicht op de tuin en de weilanden. Nu verheug ik me wel erg op drie, vier dagen per week in Rotterdam te wonen als ik straks in de Kamer zit. Maar ben ook heel blij als ik dan voor het weekend weer naar Eesterga kan. Alleen al omdat de mensen in het dorp het geen fuck uitmaakt uit of je boer bent of kamerlid. Als je maar normaal doet. Dat spreekt mij zeer aan.”

Is dat niet typisch een politici trekje: de ‘gewone man’ proberen uit te hangen?

“Toen we hier kwamen wonen, zeiden we direct tegen iedereen: ‘Praat maar Fries’. We wilden zo snel mogelijk de taal leren verstaan, ik zag ons als asielzoekers in Friesland. Wij waren de immigrant, wij moesten integreren. Als Friezen zien dat je moeite doet, zijn het prima mensen. Maar je moet geen kapsones krijgen. Dan maken ze je af. We hebben hier van die dorpsfeesten en ik heb daar ooit in een interview met een dagblad over gezegd: ‘En dan moet je dus elke twee jaar naar het dorpsfeest.’ De volgende dag stond er direct iemand aan de deur met de mededeling ‘Zeg, je MOET helemaal niks hè!’ Uiteindelijk ben ik gewoon echt de ultieme gewone man. Sowieso, zodra ik een beetje arrogant dreig te doen grijpt mijn vrouw wel in. Die is nog meer down to earth dan ik.”

Jullie zijn al dertig jaar getrouwd! Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

“Mijn vrouw solliciteerde bij mij toen ik sportverslaggever was en een freelance volleybalverslaggever zocht. Ik heb haar in alle opzichten aangenomen. We woonden binnen drie weken samen. Ik wilde graag jong kinderen, omdat je dan ook nog een soort extra jeugd hebt als ze volwassen zijn. Ik moet er trouwens nog niet aan denken om opa te worden, dat zie ik als weer een stap dichter bij het graf.”

 Is de dood een thema voor je?

“Mijn vader is acht jaar geleden overleden aan darmkanker. Hij was 73. Ik ben een jaar lang echt kapot geweest. We hadden veel met elkaar, ook al spraken we niet altijd alles uit. Dat hoefde ook niet, we hadden niets te vereffenen. We waren echte Rotterdammers onder elkaar: kort en krachtig. Het was de eerste echte tegenslag in mijn leven, op mijn 45ste! Mij lukte altijd alles: sollicitaties, het halen van mijn rijbewijs, mijn huwelijk, zoons krijgen. Na zijn dood kon ik goed focussen op mijn werk, maar thuis onder de douche stond ik te janken.”

‘De afgelopen 34 jaar zijn in een flits voorbij gegaan’

“Het concept sterfelijkheid vind ik sowieso erg vervelend. Vooral als ik bedenk dat de afgelopen 34 jaar in een flits voorbij zijn gegaan, en ik me realiseer dat ik er waarschijnlijk geen 34 meer voor me heb liggen. Misschien daarom word ik elke dag om tien over vijf wakker: ik wil er alles uithalen. En dat terwijl ik vroeger nooit begreep waarom mijn vader om zes uur opstond. ‘Ik kan nog lang genoeg slapen als ik dood ben’, zei hij dan. Nu snap ik dat.

Daarbij ben ik sinds mijn veertiende nogal hypochondrisch. Op die leeftijd stierf een meisje uit mijn klas aan botkanker, Anneke. Ik heb niets met christelijke feestdagen, maar sindsdien ben ik elk jaar dankbaar als ik de kerst weer heb gehaald. Gelukkig ben ik nooit ziek, maar als ik een hoestje of hoofdpijn heb denk ik wel direct het ergste.”

Mensen waren verrast en er was ook wel onbegrip voor je keuze om de politiek in te stappen…

 “Mijn lijfspreuk is: ‘Er moet reuring zijn’. Er moet altijd wat gebeuren, anders word ik onrustig. Thea is twee jaar ouder dan ik en die wil haar pensioen halen bij haar huidige baan als hoofd P en O bij een internationale groothandel in Kampen. Ik wil dit vier jaar doen en dan trekt mijn karavaan weer verder.

Toen ik met Dominique Weesie werkte, gaf hij een interview aan de Volkskrant. Hij zei destijds over mij: ‘Ik denk dat Jan over vijf jaar op een bootje stapt, en dan zien we hem nooit meer terug.’ Nu houd ik niet van zeilen, maar het idee is aanlokkelijk. Ik heb al jaren ‘gezeik’ door mijn werk, meestal zelf veroorzaakt, dus even uit beeld verdwijnen lijkt me een verademing. Waarschijnlijk kom ik dan na een paar jaar wel weer heel verrassend terug.”

Maar waarom dan toch nu die ambitie voor het pluche?

“Ik schreef veel over politiek en kwam als opiniemaker bij onder meer WNL regelmatig politici tegen die vroegen waarom ik niet in de politiek ging. Met 50PLUS heb ik op verzoek van Henk Krol twee gesprekken gehad. Mijn vrouw vond het niks. Ze vindt Krol een onbetrouwbare rat. Dat is Henk ook wel; de meeste politici deugen trouwens niet. Wat er tegenover staat: dankzij hem is het homohuwelijk er gekomen en het is een gast die kan uitdelen én incasseren.  Toen Bart Nijman kwam met zijn plan voor GeenPeil was ik binnen een halve minuut om.

Het inhoudelijke verhaal van GeenPeil – de macht aan de kiezer – vind ik ijzersterk. Het geslonken vertrouwen van de mensheid in de politiek is heel zogwekkend. Net zo erg vind ik het dat daardoor enorm veel mensen naar de PVV gejaagd worden. Ik voorspel dat dat met afstand de grootste partij gaat worden, de opiniepeilingen zitten er compleet naast. Wij willen eerlijkheid en transparantie terugbrengen. Nou ja, terug… We gaan het regelen. Natuurlijk liep ik een financieel risico door kandidaat te worden, maar ik geloof hierin. We moeten het geperverteerde systeem uit 1848 van binnenuit naar de 21ste eeuw tillen.”

‘We gaan alles livestreamen wat er in de Tweede Kamer gebeurt’

“Ook door extreme transparantie. Nu kijken achthonderdduizend mensen naar Utopia en daar gebeurt geen reet. Maar door GeenPeil kijken als het goed gaat straks miljoenen mensen mee in de Tweede Kamer, want we gaan alles livestreamen wat daar gebeurt, behalve de commissie Stiekem. En dat ‘de regels in dit huis’ zoiets niet toestaan: fuck it!

Op diverse manieren gaat GeenPeil wat mij betreft geschiedenis schrijven. De extra publiciteit en erkenning voor mijzelf die dat eventueel opleveren? Zit ik niet op te wachten. Het boeit me alleen maar wat mensen die me kennen van me vinden. En die zeggen tot nu toe altijd: ‘Hij valt in het echt wel mee.’ Eerlijkheid en transparantie terugbrengen in de politiek, de ontevreden burger een plek geven, daar gaat het me om.”