Ieder lid van de Tweede Kamer mag wijzigingen voorstellen voor één of meer artikelen van een wetsvoorstel van de regering. Zo’n wijziging heet een amendement. Een amendement is over het algemeen niet langer dan een of twee A4’tjes met wijzigingen op een wetsvoorstel dat nog in stemming gebracht moet worden. Voor het opstellen van een amendement kunnen Kamerleden om hulp vragen. Zij kunnen dit doen bij het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer of bij het ministerie dat over het onderwerp van het amendement gaat. Als de Kamer én de minister of staatssecretaris geen bezwaren hebben tegen de voorgestelde wijziging, neemt de bewindspersoon de wijziging over. Als de regering wel bezwaren heeft, moet de Kamer over het amendement stemmen. Als de meerderheid akkoord is, wordt de wijziging meestal alsnog overgenomen.

Over heel 2015 zijn er 975 amendementen ingediend. Dat is 18 per week. 
Van die 18 wordt dus een (groot) gedeelte overgenomen door het kabinet, waardoor er niet over gestemd hoeft te worden.

Dit is een voorbeeld van een amendement.

LINK