Een vaak gehoorde kritiek op het plan van GeenPeil is dat iedereen, altijd zal stemmen voor ‘meer geld voor alles’, maar ook voor ‘minder belasting op alles’. Volgens ons is dat niet waar, want burgers begrijpen heus wel dat je niet alles ongebreideld kan bekostigen, zonder ergens voor te willen betalen. Uit de antwoorden op twee stellingen uit onze ledenpeiling kunnen we concluderen dat ons beeld correct is, want op belastingvlak zijn de meningen van de leden uiteenlopend, maar er is zeker geen meerderheid die denkt dat het leven gratis is.

“What goes up, must come down”

Bij de vraag of de vennootschapsbelasting omlaag moet, is 36 procent van de deelnemende leden het oneens met de stelling. En nog eens 36 procent is het eens met de stelling. Dat houdt de boel wel in evenwicht. Of, zoals een lid ons mailt: “Belastingwinning is als communicerende vaten: what goes up, must also come down. Ik kan deze vraag alleen maar goed beantwoorden als ik weet wat het totaalpakket aan belastinginning wordt nadat de vennootschapsbelasting omlaag gaat.” Deze persoon behoort dus vermoedelijk tot de 27% die ‘geen van beide’ heeft aangevinkt. Die groep is groot, omdat de vraag zo vaag is.

Belastingkwesties hebben context nodig

“Voor een antwoord op de laatste vraag heb ik onvoldoende kennis. Ik heb “geen van beide” ingvuld, maar dat is iets anders dan weet niet genoeg'”, zo mailt iemand ons. Logisch: de Stemwijzer schiet tekort in deze kwestie, met een stelling die ruim op te vatten is en inderdaad context of conditionele voorwaarden nodig heeft. Zo schrijft een ander lid: “Soms moeilijk om een onderwerp helemaal los te zien van andere onderwerpen, dan helpt een advies. Wat is het effect van verhoging/verlaging vennootschapsbelasting, en wat doen we met de kosten/opbrengsten?”

Dit soort feedback, voornamelijk vanuit de relatief grote groep ‘geen van beide’-invullers, wijst er op dat GeenPeil-leden echt niet zomaar belastinggeld willen uitgeven – en dus ook geen verlaging willen steunen als ze niet weten wat de kosten en baten daarvan zijn, of hoe die besteed worden. Bij sommige leden speelt rechtvaardigheid ook een rol. “Kleine bedrijven in geldnood of met een lage omzet zouden belasting uitstel/opschorting moeten krijgen.” En ook dit vonden we een mooie reactie in dat licht:

“Uit principe vind ik dat de grens bij belasting niet over de 50 procent mag gaan. In totaal niet, maar ook in het geval van een progressief stelsel niet. Wie wel meer belast zou moeten worden zijn de brievenbusfirma’s, en geen uitzonderingen meer voor grote internationale corporaties.”

Rechtvaardigheid en context spelen een belangrijke rol

Die afwegingen en die zoektocht naar rechtvaardigheid zie je ook terug bij de stelling over belastingverhoging voor de hoogste inkomensgroepen. 55% van de deelnemers aan die stelling vindt niet dat grootverdieners meer belasting moeten betalen. 30% vindt van wel – en ook hier ligt het aantal ‘geen van beide’-stemmers met 14% vrij hoog. Ook daarbij veel feedback: “De vraag is niet helemaal duidelijk. Meer betalen dan wat? Dan nu? Meer betalen dan wie? De laagste inkomens? Of de middenklasse? Daarom heb ik geen uitgesproken antwoord kunnen geven”, was iemands eerlijke antwoord.

Er zat ook een ‘vlaktakser’ tussen de reacties: “Met meer belasting, bedoelen ze dan percentueel meer, of netto meer? Ik vind dat het percentage voor iedereen gelijk moet zijn. Als je meer verdient, betaal je netto meer belasting.” Op die manier gaan de hoogste inkomensgroepen inderdaad (netto) meer belasting betalen – maar wel op basis van gelijke belastingdruk.

Burgers omlaag, belastingontwijkende bedrijven omhoog

Om deze combinatie van twee stellingen mooi rond te breien, sluiten we af met een reactie die de tijdsgeest misschien wel het beste samenvat, en tevens vennootschapsbelasting en inkomensbelasting aan elkaar linkt:

“In plaats van de burger met een hoger inkomen meer belasting te laten betalen, zou het ook mogelijk moeten zijn de bedrijven (buitenlandse en Nederlandse) die belasting legaal “ontduiken” minder voorrechten te geven, zodat die minder kunnen aftrekken en minder vestzak/broekzak kunnen doen om omzet uit de boeken te houden. Nederland is wat dat betreft misschien wel een te groot belastingparadijs?”

Over de GeenPeil Ledenpeiling
De leden van GeenPeil ontvangen sinds begin februari elke dag 1 stelling uit de Stemwijzer. Die stellingen zijn vaak eenzijdig, kort door de bocht en niet zelden sturend op een antwoord. Maar door deze voorgekauwde stellingen te hanteren, peilt GeenPeil de leden zonder zelf ‘kleur’ te geven aan stellingen. Bovendien krijgen de leden stellingen voorgelegd die ook door miljoenen andere Nederlanders ingevuld worden. Dat geeft goed vergelijkingsmateriaal en een soort ‘level playing field’. Daarnaast is het interessant om te zien wat voor feedback we ontvangen op de stellingen. De leden peiling is een momentopname. Met de groei van het ledenaantal kan de stemming onder de leden verschuiven. Eerdere ledenpeilingen staan hier, daar, hier, daar en hier.